Na wat omzwervingen op internet, bevind ik mij plotseling in de wereld van het beeldverhaal.
Al snel beschik ik over zoveel materiaal, dat het uitgeven van een boek ‘met beeldend geschreven teksten’ een kwestie van tijd zou zijn.
Het meest frappante dat ik in al dat materiaal tegen kom is een door de overheid op 19 oktober 1948 opgesteld bericht, met daarin een aan de rijksscholen, gemeentebesturen en besturen van bijzondere scholen gericht voorschrift; de verspreiding van beeldverhalen tegen te gaan. De achterliggende gedachte hierbij was, dat het vaak krachtdadige optreden van diverse striphelden de misdadigheid zou bevorderen en leesluiheid zou veroorzaken. Er verschenen rond die tijd artikelen in de pers waarin het mogelijke verband tussen bepaalde stripboeken en het misdadige gedrag van een steeds groter deel van de jeugd werd weergegeven. In dezelfde periode werden bij de openbare bibliotheken geen beeldverhalen meer uitgeleend en kregen kinderen van hun ouders en van pedagogen het verbod opgelegd, beeldverhalen te lezen. Waarschijnlijk was j
uist de tegenwerking van de overheid, pers en ouders de reden, dat in de periode 1950–1960 het beeldverhaal ongekend populair was. De katholieke kerk mengde zich in die jaren ook in de discussie; of er wel of niet sprake zou zijn van een langzaam werkend gif. Het ‘Lectuur Repertorium’ - een uitgave van het Algemeen Secretariaat voor Katholieke Boekerijen uit 1953, waarin vele boekuitgaven vanaf de jaren dertig worden beschreven - noemt de beeldverhalen van Dick Bos een serie ‘die alleen maar grove sensatie bevat´ en die ´minderwaardig is in literair, wetenschappelijk of vakkundig opzicht´. Uitgeverij Ten Hagen, die feitelijk het succes van het beeldverhaal inluidde met de Dick Bos-serie, stond werkelijk machteloos in deze discussie. Ten Hagen probeerde het tij te keren met een informatiekaartje, ter grootte van een Dick Bos-boekje, met als titel : "De Dick Bos-serie, een goede uitzondering !" Hierop stond geschreven : "Wij zijn van mening, dat de Dick Bos-serie tot de weinige onschadelijke beeldverhalen behoort; en wel, omdat Dick Bos met de politie samenwerkt en de misdadigers aan hen uitlevert. Dick Bos doodt nimmer, doch maakt tegenstanders slechts onschadelijk door ´Jiu Jitsu grepen´ of een schot in de hand. Een moord wordt in deze serie bijna nooit uitgebeeld en zinneprikkelende plaatjes komen in deze serie niet voor".
Hieronder de tekst van de brief van de Nederlandse minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Dr. F.J.Th.Rutten.
Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
Betreffende : z.g. beeldroman
Aan de Directeuren van de Rijksscholen, de gemeentebesturen, de besturen van dan Rijkswege gesubsidieerde Nijverheidsscholen en de besturen van bijzondere scholen voor uitgebreid lager onderwijs.
's Gravenhage, 19 October 1948
Het is mij bekend, dat een deel van de Nederlandse schooljeugd veelvuldig z.g. beeldromans leest. Deze boekjes, die een samenhangende reeks tekeningen met een begeleidende tekst bevatten, zijn over het algemeen van een sensationeel gehalte zonder enige andere waarde.
Het is niet mogelijk tegen de drukkers, uitgevers of verspreiders van deze romans strafrechtelijk op te treden, terwijl evenmin iets kan worden bereikt door geen papier beschikbaar te stellen, aangezien het voor deze uitgaven benodigde papier op de vrije markt verkrijgbaar is. Hoewel ik er van overtuigd ben, dat op de meeste scholen het lezen van deze boekjes zo veel mogelijk wordt tegengegaan, zal ik het toch op prijs stellen, indien gij het personeel Uwer scholen er, wellicht ten overvloede, op wilt wijzen, dat het gewenst is toe te zien dat de leerlingen de beeldromans niet in de school brengen of onder hun makkers verspreiden. Waar de omstandigheden dit wenselijk maken, waren de leerlingen er te wijzen op het zeer oppervlakkige karakter van deze lectuur en op de talrijke boeken, die hun belangstelling meer waard zijn.
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
Was getekend : Dr. F.J.Th.Rutten
Tenslotte . . . . naar het schijnt is ‘het door de overheid in 1948 uitgevaardigd bericht’ tot op heden niet ingetrokken.
(Afbeelding samengesteld uit materiaal afkomstig van internet)