
Ik loop op ’n dag in december 2009 over ‘onze’ begraafplaats en op de binnenplaats ervan (een werk en verzamelplek) tref ik een ontluisterend decor aan. Het is het droeve resultaat van de laatste fase van het traject dat een overleden mens hier op aarde aflegt. Lange tijd mag je als overledene herkenbaar blijven, maar op enig moment word je wakker ‘geschud’ en word je verwijderd uit je allerlaatste huis.
De eens met zorg ontworpen monumenten stonden jaren lang, trots, rechts gericht op het fraai aangelegde en gezegende veld en zien er nu uit als een verfomfaaide, zwaar aangedane colonne. Nog even en geen mens kan hier nog (bij) stil staan, met de blik gericht op wat was. Er naar snakken om het laatste mooie beeld te willen schetsen, gewoon er staan, met het hoofd en hart vol tranen, herinneringen en een lach.
Dit alles op een plek, die door veel mensen sowieso als contemplatief wordt ervaren; vooral door hen die vanuit de wieg met de nodige religieuze bouwstenen zijn opgegroeid. Een plek, in elk geval, waar wij - onmiddellijk na het overlijden van een dierbare - graag en duidelijk aandacht vragen voor een geleefd leven. En dat doen wij mensen, door de laatste behuizing van de overledene te sieren met fraaie beeltenissen en vaak kernachtige teksten; in de hoop dat elke keer het bezoek als een werkelijk bezoek voelt.
Ik laat mijn blikken glijden over het ontregelde bataljon monumenten. Van een aantal moeten de brokstukken bij elkaar worden gezocht ter vaststelling van de identiteit. Ik probeer mij van al deze mensen de dag voor te stellen, dat zij naar hun laatste rustplaats werden gebracht. Het is gemakkelijk om daarbij beelden te zien en helemaal als je hier ooit zelf een geliefde hebt gebracht. Dramatisch. Logisch – het overlijden ligt op zo'n moment nog zo kort achter je; het besef is er simpelweg
niet. Gedrogeerd, lijk je. In de jaren na het overlijden drijf je langzamerhand weer boven en wordt het zicht weer helder (als je geluk hebt).
Thuis gekomen, bekijk ik de foto’s die ik van het monumentale droeve decor heb gemaakt. De laatste foto, die op de display van mijn camera verschijnt, laat mij de chaos van opeengeklemde monumenten zien - met er boven op, liggend op de rug, een gehavende plaat met duidelijk erop te lezen de naam ‘ELLEN’; eronder lees ik ‘1933 – 1985’. Een van de vele miljarden mensen op deze aarde, die voor velen een rol van betekenis speelde (wie weet de meest liefdevolle moeder was) en tegelijk voor miljarden volstrekt anoniem bleef.
Nog hooguit enkele uren staat hier de uitgebluste stenen verzameling. Dadelijk zal deze verzameling, waar ook ‘ELLEN’ toe behoort, worden verpulverd tot volledig betekenisloos gruis. Maar ach, tot stof zult gij wederkeren (is al zo vaak gezegd); dus in de meest positieve zin van ‘het woord’ . . . . . . .
(Foto’s gemaakt in Zoetermeer, d.d. 14 december 2009)