30 augustus, 2011

Eindelijk ruimte op zolder


Bij velen van ons bekend. Al heel wat jaren wil je die zolder eens flink 'uitruimen' en elke keer komt er weer iets tussen : "Druk op het werk, vakantievoorbereiding en op vakantie gaan, de tuin moet nodig eens . . . . . , dat ene bezoek moet er nu toch eindelijk eens van komen, lekke band plakken, eindelijk pensioen, de auto moet gewassen of simpelweg gewoon geen zin . . . . . ennuh, het komt wel 'n keer". En 'die keer' diende zich onlangs plotseling aan.




Op de foto de ‘grofvuil-ophaal-plek’, gevuld met onder andere ons eerste wandmeubel uit 1971; dat - merkwaardig genoeg - nog niet eens een decennium lang een plek in de huiskamer heeft gehad - maar wel 30 jaar lang ‘op zolder’ een museum van 'n groot deel van het leven is geweest. Dat museum is nu gesloten en de inventaris ervan is via een aantal distributiekanalen op voor ons onbekende plekken terecht gekomen. Helemaal weg zijn al die spullen niet, want ons ‘rijkgevulde’ fotomuseum toont van jaar tot jaar de aanwezigheid van wat in het verleden ooit in gebruik, of om te zien, was. Eindelijk ruimte op zolder !

 (Foto gemaakt in Zoetermeer, d.d. 29 augustus 2011)

08 augustus, 2011

Bijzonder landschap

Zondag 7 augustus 2011 en gelukkig zie ik nog altijd 'het
voor Nederland zo typerende landschap' om mij heen.
De eerste foto laat zien, dat zo’n landschap nog mooier wordt als er
- in plaats van een strak blauwe hemel –  'n fraai wolkenpalet boven hangt.


De volgende foto toont, dat dit landschap in feite pas
compleet is indien . . . . . . . . . . . . tja, het lijkt wel of die koe zich
dat ook realiseert - gaat er echt voor staan - zo van, ja, laat hier de
mensen nog eens goed naar kijken, voordat definitief besloten
wordt om . . . . . . . . dat zal toch niet gebeuren . . . . . . . . kijk nog
eens goed, hoe bijzonder (mooi) dit allemaal is.


(Foto’s gemaakt in Zoetermeer, d.d. 7 augustus 2011)

03 april, 2011

We raken de weg kwijt

Jl. 20 maart las ik op internet het nieuws over Libië.

Op www.nu.nl bekeek ik een filmpje over de bombardementen (o.a. gedaan door de Fransen) in zake de no-fly-zone.

Plots verscheen onder aan de rand van de filmbeelden, een vakantieadvertentie die aandacht vroeg voor :
"De betere vakantiehuizen in Frankrijk etc., boek nu". . . . . . .

Op dat moment wist ik het zeker . . . . . . . "Langzaam maar zeker raakt de mens in deze wereld totaal de weg kwijt !"

(Afbeelding is een print screen, gemaakt op de site van nu.nl, d.d. 20 maart 2011)

05 december, 2010

Sinterklaasavond



Op 28 april 2010,
eind van de nacht.
Entree in ons leven,
een wondere kracht.
 

Heel bijzonder,
diep van binnen,
Mysterische bron,
basis van beminnen.


Niet te schetsen,
of te beschrijven.
Laat deze liefde,
voor altijd blijven.







(Foto gemaakt te Zoetermeer, d.d. 3 december 2010) 

07 augustus, 2010

Foto, harmonie, schilderij

Via de elektronische snelweg vernam ik de naam van Willy Ronis, een Franse fotograaf die leefde en werkte van 14 augustus 1910 tot 12 september 2009. Hij staat vooral bekend om zijn zwart-wit foto's van het alledaagse leven.

Al snel vond ik op internet zijn levensverhaal en veel van zijn foto’s. De foto die onmiddellijk mijn aandacht trok was die met de titel ‘Le Nu Provencal’, gemaakt in 1949. Heel bewust zocht ik niet naar het verhaal bij de foto, want dat zou zeker van invloed zijn op de bij mij binnensluipende primaire gevoelens.

Als ik naar de foto kijk, zie en voel ik intimiteit en simpelheid. Intiem kan wat mij betreft slechts bestaan bij de gratie van het simpele. Simpel zegt vervolgens veel, zo niet alles, van essentie. Lang keek ik in deze spiegel van het leven en constateerde dat hier sprake is van harmonie – geen detail is overbodig in dit prachtige sfeerbeeld dat je eigenlijk het gevoel geeft van een schilderij.



(Foto afkomstig van http://www.hackelbury.co.uk/artists/ronis/ronis_sm.html)

27 februari, 2010

Verstild moment

Met heel veel genoegen reisden we in de periode ‘29 Mei - 2 Juli 2009’ door West-Canada en op een nog jonge ochtend stopten we bij een prachtig meer, geheten Cameron Lake in het MacMillan Provincial Park op Vancouver Island.
Het is zo’n plek die wel in een atlas te vinden is, maar nergens met grote en schreeuwende reclames onder de aandacht wordt gebracht.
Een ware verstilling op deze wereld; en één van die plekjes, die je graag voor jezelf in een doosje zou willen bewaren en beschermen tegen het boze deel van onze wereld.
We dronken er onze koffie en aangezien we volkomen opgingen in het vrede uitstralende landschap, kwam het absoluut niet in ons op het gezamenlijk geluksgevoel met woorden te omlijsten. Alles in balans, gevoelsmomenten, dat je alleen zo als mens compleet kunt zijn; ‘n eenwording met de oorspronkelijkheid – de indrukwekkende bouwstenen - van het heelal.

Dan, ongeveer 20 meter bij mij vandaan, aan de oever van Cameron Lake, zie ik plots twee aan elkaar getimmerde houten plankjes, rood geverfd langs de randen en verworden tot ‘n in de grond geslagen kruis. Erboven hangen fel gekleurde kunstbloemen en aan het horizontale plankje hangt – gehuld in doorzichtig plastic – een kaart en briefje met tekst. Ik loop er naar toe, kniel neer en na enige minuten van vele gedachten haal ik de inhoud uit het plastic. Een eerdere bezoeker heeft hier zijn gevoelens ‘zwart op wit’ achter gelaten.
De tekst luidt : “We left this note and information for you today in feeling for you and your loss as we have also lost someone. This helped us through some things to have a great hope about seeing our loved ones again”. De laatste 7 woordjes vormen de zin : “We are so sorry for your loss” . . . . . Stil werd ik, wetend dat de tekst op dit briefje ook door onszelf geschreven zou kunnen zijn.

(Foto's gemaakt op Vancouver-Island, Canada, d.d 2 Juni 2009)

22 december, 2009

Graven schudden


Ik loop op ’n dag in december 2009 over ‘onze’ begraafplaats en op de binnenplaats ervan (een werk en verzamelplek) tref ik een ontluisterend decor aan. Het is het droeve resultaat van de laatste fase van het traject dat een overleden mens hier op aarde aflegt. Lange tijd mag je als overledene herkenbaar blijven, maar op enig moment word je wakker ‘geschud’ en word je verwijderd uit je allerlaatste huis.

De eens met zorg ontworpen monumenten stonden jaren lang, trots, rechts gericht op het fraai aangelegde en gezegende veld en zien er nu uit als een verfomfaaide, zwaar aangedane colonne. Nog even en geen mens kan hier nog (bij) stil staan, met de blik gericht op wat was. Er naar snakken om het laatste mooie beeld te willen schetsen, gewoon er staan, met het hoofd en hart vol tranen, herinneringen en een lach.

Dit alles op een plek, die door veel mensen sowieso als contemplatief wordt ervaren; vooral door hen die vanuit de wieg met de nodige religieuze bouwstenen zijn opgegroeid. Een plek, in elk geval, waar wij - onmiddellijk na het overlijden van een dierbare - graag en duidelijk aandacht vragen voor een geleefd leven. En dat doen wij mensen, door de laatste behuizing van de overledene te sieren met fraaie beeltenissen en vaak kernachtige teksten; in de hoop dat elke keer het bezoek als een werkelijk bezoek voelt.

Ik laat mijn blikken glijden over het ontregelde bataljon monumenten. Van een aantal moeten de brokstukken bij elkaar worden gezocht ter vaststelling van de identiteit. Ik probeer mij van al deze mensen de dag voor te stellen, dat zij naar hun laatste rustplaats werden gebracht. Het is gemakkelijk om daarbij beelden te zien en helemaal als je hier ooit zelf een geliefde hebt gebracht. Dramatisch. Logisch – het overlijden ligt op zo'n moment nog zo kort achter je; het besef is er simpelweg niet. Gedrogeerd, lijk je. In de jaren na het overlijden drijf je langzamerhand weer boven en wordt het zicht weer helder (als je geluk hebt).

Thuis gekomen, bekijk ik de foto’s die ik van het monumentale droeve decor heb gemaakt. De laatste foto, die op de display van mijn camera verschijnt, laat mij de chaos van opeengeklemde monumenten zien - met er boven op, liggend op de rug, een gehavende plaat met duidelijk erop te lezen de naam ‘ELLEN’; eronder lees ik ‘1933 – 1985’. Een van de vele miljarden mensen op deze aarde, die voor velen een rol van betekenis speelde (wie weet de meest liefdevolle moeder was) en tegelijk voor miljarden volstrekt anoniem bleef.

Nog hooguit enkele uren staat hier de uitgebluste stenen verzameling. Dadelijk zal deze verzameling, waar ook ‘ELLEN’ toe behoort, worden verpulverd tot volledig betekenisloos gruis. Maar ach, tot stof zult gij wederkeren (is al zo vaak gezegd); dus in de meest positieve zin van ‘het woord’ . . . . . . .

(Foto’s gemaakt in Zoetermeer, d.d. 14 december 2009)

22 juli, 2009

Zwe(r)vend tussen twee werelden

In Canada, Vancouver, hoek Maplestreet (vlakbij Kitsilanobeach), rond 09.00 uur in de ochtend, druk ik op de ontspanknop van mijn camera en leg het zoveelste tafereel vast van . . . . . . ja, wat eigenlijk. Het verschil tussen arm en rijk ? . . . . de gevolgen van een falend beleid, of `gewoon` de vrije keuze van het individu – namelijk het willen leiden van een zwervend bestaan, dus, in `die andere wereld` waar maatschap, wet en vaste verblijfplaats niet bestaan.
Hoe dan ook. Ik controleer mijn opname op scherpte, kleur en contrast en loop vervolgens door. Na `n prachtige lange zoektocht in Downtown en terug in onze Bed and Breakfast, bekijk ik de gemaakte foto`s van die dag. Ik blijf hangen bij de opname van de zwerver, liggend onder het rode kleed met witgeblokte motieven. Het opmerkelijke is, dat je zo`n fragment in een fractie van `n seconde vastlegt; maar in feite zie je – op dat moment - bij lange na niet, hoeveel je aan indrukken vangt.
De man (tenminste, dat neem ik aan) ligt werkelijk op de grens van twee werelden. Zelf vertoeft hij op de stoep van zijn eigen wereld en `boven hem` zien mijn ogen - op een zwarte en gele kast – de wereld van de verleiding; `die`, waar de mens wordt gelokt met om aandacht schreeuwende, veelkleurige, boodschappen. Is het toeval dat ik, linksboven op de zwarte kast, op de cover van het magazine Straight, de boodschap “Get out of town” vermeld zie staan; en dan staat die tekst ook nog eens op een houten loopplank afgedrukt, taps toelopend naar de horizon; zo op het oog, naar het `niets`. Merkwaardig, deze twee totaal verschillende werelden; als je bedenkt dat ook deze mens ooit, vanuit de wieg van ons bestaan, zijn eerste blikken het universum in liet gaan. Ook `boven zijn babyface`, vertoonden grote mensengezichten de meest curieuze grimassen om er hopelijk een lach voor terug te krijgen. Waar – en op welk moment – is er een grens getrokken; zodat hij plots – van de ene op de andere minuut – hier op de stoep werd geworpen. Straks wordt hij wakker en ontkomt dan waarschijnlijk niet aan de boven hem hangende plakkaten. Wat moet hij met een slogan als “Are bloggers making it hip to have kids” en met kreten als “New home”, “Renovations”, “Realestate guide” en “Automart”. Voelt hij daarbij wrok, is hij wellicht jaloers, of zal hij de posters bekijken en als subversief gebrandmerkte mens slechts de schouders ophalen en fluitend, weglopend, zijn eerste adem de nieuwe dag inblazen.


(Foto gemaakt in Vancouver,Canada, d.d 30 mei 2009)

23 mei, 2009

Tijd analoog transformeren

Er bestaat geen heden of verleden.
Er bestaan slechts momentopnamen, die elkaar in rap tempo opvolgen.
Hoe dan ook, alles verdwijnt in de versnipperaar van de tijd en transformeert . . . . . . .


Net over de helft van de vorige eeuw, woonde ik in de Haagse buurt Vrederust-Berestein.
Mijn bed stond in zo’n typische ‘begin-jaren-zestig-flat’; een weinig creatief uiterlijk en géén centrale verwarming.

Logisch dus, dat ‘de winters van toen’ zich zo gemakkelijk binnen ‘de muren van toen’ konden laten gelden. Als het maar even vroor, drapeerden ijspegels zich als een kristallen slinger rondom je bed en metamorfeerden de dunne enkelglasramen in de buitengevel naar kil uitziende maar indrukwekkende - veelal gebloemde - kunstwerken. Als je je hete adem zachtjes tegen zo'n raam blies, droop de kunst er van af en kreeg je weer zicht ‘op de wereld buiten’.
Eerst sliep, at en dronk ik op 3 hoog in de flat, adres, Gaarde 249 en daarna in een 5-kamer parterreflat op de Beresteinlaan met huisnummer 54.

In Mei 1971 namen mijn buurtgenote (Drapeniersgaarde 95) en ik afscheid van deze buurt. Veel van wat ‘in die jaren’ door de versnipperaar van de tijd is gegaan komt met enige regelmaat - maar nooit meer met dezelfde gevoelens, woorden en beelden - terug aan de stamtafel in ons huidige onderkomen.

Op zaterdag 16 mei 2009 beleefde mijn buurt-echtgenote een reünie op haar jaren-zestig-Petrus Donders lagereschool aan de Ambachtsgaarde. Plots stond ze, al wandelend door de buurt, oog in oog met de flat aan de Beresteinlaan en vereeuwigde de bijzonder uitziende zijgevel ervan.
Wij mensen kunnen dit ook op ons zelf betrekken. Kijk eens, na ’n aantal decennia, in de spiegel van het leven; betreed de velden - rijk gevuld met ingrediënten voor het bereiden van euforie - en transformeer !


(Foto gemaakt in DenHaag, door Marijke Zandbergen, d.d 16 mei 2009)

30 april, 2008

Gemiste foto

Blond ventje van ’n jaar of 3, 4; lacht breeduit de zomerse wereld op het strand tegemoet. Plots is daar ook ’n kitten, speels zwart-wit getekend, heftig d’r staartje toucherend en zonder te weten van de op handen zijnde confrontatie.
En ja hoor, de oogjes van het kleine blonde ventje en van de zeer levenslustige kitten kijken elkaar ‘n ogenblik aan en dan gebeurt het. ’t blonde ventje woelt met z’n schepje in het zand en gooit telkens hoopjes zand in de richting van de inmiddels dol geworden kitten. Elke keer tikken de pootjes van de kitten met kracht tegen de dalende zandhoopjes, die vervolgens uiteenspatten in duizenden korreltjes - gelijk het beeld van ’n spectaculair siervuurwerk aan zee. Het blonde ventje gilt van plezier, als de kitten telkens na het slaan d’r snuitje heftig heen en weer schudt - niest - en met de pootjes langs d’r kleine neusje wrijft.
’n gouden fragment van zo’n 2 a 4 minuten : “Het extatische blonde ventje en de onstuimig met de pootjes slaande en capriolen makende kitten”.
Dan is daar de moeder, pakt het 'lege handje' van ’t blonde ventje en beëindigt daarmee abrupt deze bijzondere scène.
Een scène - als een kostbaar relikwie - hier beschreven, maar helaas geen beeltenis er bij als extra dimensie !
Opnieuw fluister ik mijzelf toe, dat je je camera . . . . . . . . . precies !


(Gemiste foto te Pigadia, Karpathos , d.d 12 sept. 2005 )

25 maart, 2008

Gele strepen

Het is, zoals altijd, gezellig bedrijvig in het kleine Griekse haventje. ’n ochtend in mei, ongeveer 09.00 uur en ik geniet – met uitzicht op loom dobberende bootjes - van een uitgebreid ontbijt. ´n heerlijke yoghurt met vruchten, geroosterd brood met ham, kaas en ´n gebakken eitje, vruchtensap en koffie. ´n bijna strak blauwe hemel, want ver boven mij zie ik twee kleine schapenwolkjes. Onzichtbaar masseren de tentakels van de zon hun weldadige warmte in mijn lijf. De behaaglijke plek op het terras is strategisch perfect; zowel links en rechts van mij ontsnapt niets aan mijn aandacht.

Van ver zie ik de twee mannen, die – zonder het te beseffen – de hoofdmoot vormen van dit relaas. Vanuit goed Grieks gebruik lopen ‘de twee’ van gesprek naar gesprek, vooraleer op de kadeplek aan te komen waar de klus zal worden gestart. Die plek is ongeveer 100 meter bij mij vandaan. ’t is rond 10.00 uur als de diverse gereedschappen in stelling zijn gebracht. Maar eerst wordt de eerste koffie gedronken, opdat dit de kwaliteit van het werk positief zal beïnvloeden. Enfin, twee koppen koffie later is vooral de man met het oranje shirt volop in actie. Er moeten ‘gele parkeerstrepen’ op de kade worden aangebracht en dat doet ie door achtereenvolgens een stukje wegdek te vegen, op dat stukje een ongeveer 2 meter lange lat te plaatsen waarlangs tenslotte (met een verfroller aan ’n lange steel) een gele streep wordt gerold. De man in het donkerblauwe shirt wil ‘in de beginfase’ nog wel laten zien dat hij over sturende capaciteiten beschikt; hij wijst en kijkt en houdt het verkeer in de gaten. Een en ander betekent, dat de oranje man ‘al snel zelf’ de automobilisten en voetgangers uit de buurt van z’n vers getrokken strepen moet zien te houden. Na elke volgende veeg of verfstreek kijkt hij geïrriteerd om zich heen en als ’n automobilist of voetganger in de buurt komt holt hij druk gebarend en schreeuwend naar de plek des onheils. Op enig moment wordt onze oranje vriend van twee kanten belaagd - en daar is uiteraard geen kruid tegen gewassen. De man in het donkerblauw loopt onschuldig blikkend heen en weer en ‘in korte tijd’ zie ik gele afdrukken van autobanden en voetafdrukken op het asfalt verschijnen.
’n vijftal mensen begroet elkaar en bewerkt daarbij, argeloos, driftig springend en zoenend, een zonet geverfd streepdeel. Grappig is, te zien, dat twee mannen aan weerskanten van diezelfde verse streep de kade af lopen zonder deze aan te raken; druk converserend vervolgen zij hun weg. De eerst getrokken streep moet de oranje man al snel opnieuw trekken en daarna wordt hij nog fanatieker in het bewaken van zijn artistieke uitspattingen. Bij zijn voor de tweede maal getrokken streep blijft hij enige tijd dreigend staan, met de armen over elkaar.

Eind van dit verhaal is, dat de gele strepen er absoluut niet toe doen. Althans, niet voor het handje vol inwoners van dit vriendelijk ogende Griekse eilandje. Die kennen elkaar ‘te goed’ en zijn bovendien allemaal van elkaar afhankelijk.
Voor toeristen maakt de politie graag een uitzondering, die worden ‘gewoon’ bekeurd !


(Foto’s gemaakt in Pigadia, Karpathos , d.d 22 mei 2006 )

10 maart, 2008

Religie





Religie is misschien wel de meest verstorende factor in de cirkel van ras, cultuur, geslacht, karakter en geaardheid.
Door de eeuwen heen beheerst het in elk geval in belangrijke mate ons dagelijks leven, sterker nog, het frustreert de samenleving en het zet ‘te vaak’ aan tot geweld.
Vreselijk dat er (nog altijd) zoveel mensen zijn die ‘iets of het’ - op gezag van een ander, of een door de mens opgericht instituut - als enig en zaligmakende waarheid beschouwen.



http://nl.wikipedia.org/wiki/Godsdienstoorlog


(Schets afkomstig van internet)

19 februari, 2008

Wederopstanding

Je zult maar ergens in de wereld op een plek geboren worden; waar de identiteit van het individu niet bestaat, omdat daar ‘s-mens doen, laten en vooral denken’ door een verderfelijk systeem wordt bepaald.
Kort geleden vertoefde ik op ’n Grieks eiland en beleefde – van nabij – de wederopstanding van een uit dit systeem ontsnapte vrouw. Haar partner vertelde in het kort de geschiedenis en zo werd mij van het ene op het andere moment duidelijk waarom ik de vrouw ‘aanvankelijk’ met verbazing had geobserveerd.

. . . . . . half oktober 2007 . . . . . de Griekse zon schenkt ons nog altijd 26 graden . . . . . groot strand voor ’n handvol toeristen. Mijn partner, voortdurend in gevecht met d’r oogleden, kan slechts met grote moeite de letters in haar boek volgen en ik geniet elke wegtikkende seconde van mijn blikveld gericht op de zee. Met mijn camera tracht ik – als ware het een penseel - de vele turquoisetinten in verschillende verhoudingen vast te leggen. Thuis, op mijn monitor, zie ik dan wel welk ‘schilderij’ het meest imponeert. Terwijl ik op deze relaxte manier de artiest probeer uit te hangen, verschijnen er plotseling twee mensen in de zoeker van mijn camera. Een man en een vrouw, druk bewegend, vrolijke geluiden makend en genietend van de aangename temperatuur van het water. Hij rond de vijftig, zij net voorbij de veertig. Hun lippen bewegen; ik hoor niet wat er wordt gezegd, maar wel dat de taalklanken verschillend zijn. ’n aantal woorden verdwijnen dan ook ‘onbegrepen’ in de atmosfeer, maar via gebaren komen ‘de twee’ toch tot elkaar. De dialogen houden ze overigens kort, kennelijk mag er geen speeltijd worden verspild. Verder leert hij haar ‘beter’ zwemmen en de wijze waarop dat gebeurt ontroert mij, zo puur en mooi. Enige seconden later zie ik hen – gelijk - ’n stel adolescenten; ze spelen ‘zonder enige schroom’ en vooral zij lacht en gilt het uit van de pret. Zo af en toe verlaat hij de zee en zijn in de branding spelende vrouw. Vanaf zijn plek in het weldadig aanvoelende zand, tuurt hij naar de horizon en houdt tegelijk z’n speelse partner in de gaten. Zo alleen, zittend in het water, lijkt ze ver weg van de wereld; in trance, spelend met - en zoekend naar - steentjes. Op de momenten dat zij dit ritueel even loslaat, zwemt ze - korte stukjes – en kijkt hij of z’n lessen effect hebben gehad. Vaak en lang zijn ze in het water. Met name zij geniet, bijna euforisch, alsof elke volgende keer de eerste kennismaking is met de krachtige elementen. Samen bekijken ze nauwkeurig de gevonden stenen schatten en met geacteerd protest van hem, glijden vrijwel alle steentjes zorgvuldig via haar vingers in ‘n tas.

Van het ene op het andere moment hebben de geluiden en beelden van de wederopstanding zich vermengd met de zee en manifesteert zich de kracht, ofwel, de geweldige zeggenschap van de stilte. Ik ben getuige van een ontroerende intimiteit. Het lijkt alsof zij – zich een schuilplaats verschaffend tegen zijn schouder – even ronddwaalt over haar geboortegrond; een land, waar vrij denken en uitbundigheid onbereikbaar is.


(Foto gemaakt op het vronthistrand van Pigadia, Karpathos , d.d 12 oktober 2007 )

21 januari, 2008

Reïncarnatie


Dat dromerige strand . . . . . opnieuw tot leven gewekt door het eerste licht . . . . . een continue veranderende grens van zand naar water . . . . metamorfoserende donkere en lichte vlekken; dit alles samengevoegd tot één magistraal kunstwerk dat zich uitstrekt tot aan de horizon . . . . ofwel, tot zover het menselijk oog reikt.
Vredig op de golven drijvend . . . . . als in de baarmoeder . . . . . . absorberend de goddelijke temperatuur van het water; vanuit het diepe donker vind ik mijn weg naar het licht en plots doorklief ik de huid van de zee . . . . . . . . . .
Opnieuw wordt het kind in mij geboren.


(Foto gemaakt in Pigadia, Karpathos , d.d 16 sept 2005)

01 januari, 2008

Scheveningen – Nieuwjaarsduik










Al ’n leven lang op afstand bekeken, namelijk ’s-avonds, in het eerste 8-uurjournaal van wederom een nieuw jaar.
Deze keer werd het een 'lijfelijk aanwezig zijn' en ik moet hier schrijven, dat het echt ontzettend leuk was. Wat hebben we toch eigenlijk een bijzonder land, waar mensen gelukkig de kans hebben om vooral zichzelf te zijn ;-) Als je daarbij bedenkt dat vrijheid in veel landen – nog altijd – niet vanzelfsprekend is, krijgt een dergelijk festijn een wel heel bijzondere betekenis.
Overigens is het mooie van een evenement - waar mensen met z’n allen één doel voor ogen hebben - dat ‘op zo’n moment’ werkelijk alle denkbare verschillen (die nog wel eens ’n obstakel vormen in de dagelijkse omgang) volledig naar de achtergrond verdwijnen.
’t was prachtig om te aanschouwen, hoe wij in een enerverend decor - rijkelijk gekleurd met oranje - a la Alexandre Dumas zijn musketiers, het ‘een voor allen en allen voor een’ werkelijkheid zagen worden. Iedereen had plezier en zonder dat een en ander tot verstoringen leidde, gingen sommigen compleet uit het bekende dak. ’t leek op één groot balletspektakel, volstrekt ongeoefend, één waanzinnige zee van beweging en alles klopte. Niemand uit de showbusiness had dit ooit zo kunnen bedenken, laat staan regisseren tot dit sprankelende en kleurrijke spektakel.













































































































































(Foto's gemaakt op 1 Januari 2008)