14 december, 2007

Denkbeeldige lijn

Zolang de mens (waar ook ter wereld woonachtig) blijft spreken over ‘mijn of ons land’ – waarmee slechts een afgebakend stukje grond van het totale aardoppervlak wordt bedoeld – zullen de veelal onterechte angsten en daarmee het onderlinge wantrouwen blijven bestaan. Bovendien, de media (dat zijn wij mensen nota bene zelf) voeden dit, door bij gebeurtenissen vermeende oorzaken aan te wijzen die door ons mensen als grensoverschrijdend worden beschouwd.
Toch moet het mogelijk zijn, een eind te maken aan het zogeheten enge (begrensde) denken en interpreteren. We roepen al eeuwen lang na de geboorte van een mensenkind : “Een nieuwe wereldburger”, maar met de werkelijke betekenis ervan doen we weinig of niets. Het wordt dus hoog tijd, dat we die betekenis handen en voeten (gaan) geven. Dit houdt in, dat de mens werkelijk grensverleggend moet (gaan) denken; in de ruimste zin van het woord. Er is één wereld, ofwel één grenzeloos mooie aardbol; en dat is wat ik bedoel - als ik spreek over mijn, ofwel ons, land.
Dit ‘stukje tekst’ is uitsluitend bedoeld voor de zogenaamd volwassen mens. Voor kinderen is dit alles namelijk klip en klaar, hoewel dit helaas slechts tijdelijk is; hun op dit punt superieur ontwikkeld vermogen brokkelt op enig moment af en resulteert in . . . . . . . . volwassenheid. Maar voor het zover is hoef je ze niet te vertellen dat een grens slechts een denkbeeldige lijn is.


(Schets afkomstig van internet)

04 december, 2007

Al-Jiju Primary School Kenya

Ik lees op de website van Let’s go digital een prachtig verslag van een recentelijk - door Westerse journalisten c.q. fotografen - gemaakte Kenia-safari fototrip.

Het verslag laat de lezer weten wat een enorme indruk het op de deelnemers maakt om met een jeep door een gebied van meer dan 800 hectaren savanne te rijden; ofwel, om met een helikopter rond te vliegen boven Mount Kenya en uit te kijken over prachtige bosgedeeltes en adembenemende waterpartijen. Al lezend begrijp je, dat de in het Westen levende mens – helaas - al heel ver van de werkelijke natuur is komen te staan. Niet voor niets raken de deelnemers bij het ‘in het wild’ zien, horen en ruiken van giraffen, olifanten, leeuwen, neushoorns, vogels en krokodillen in een staat van opwinding. Kortom, de euforie slaat op een niet mis te verstane wijze toe, want haast wordt vergeten de ontspanknoppen van de camera’s te toucheren.

Wat mij het meest in het verslag trof, is, dat de betreffende groep safarigangers een bezoek aan kinderen van een basisschool als een onvergetelijke gebeurtenis heeft ervaren. Heel voorstelbaar, in feite, als je een dag onderwijs ‘daar’ met ‘hier in Nederland’ vergelijkt. Onvoorstelbaar is weer, als je weet dat sommigen van hen – in de leeftijd van circa 4 tot 14 jaar - dagelijks 2 uur moeten lopen om op school te kunnen komen en daarbij ‘gewoon’ hun innemende lach, nieuwsgierigheid en tederheid tonen. Logisch dat dit voor ons Westerse mensen, ervaringen zijn - die je de rest van je leven bijblijven.

. . . . . en ondertussen hoor ik hier – in ons beschaafde Nederland – losgeslagen scholieren iets schreeuwen over teveel lesuren en kijk ik met een schuin oog naar het journaal van 20.00 uur om te zien hoe dezelfde scholieren tegelijkertijd - uit pure verveling - de omgeving vernielen.

(Foto gemaakt in Indonesië, Bugit-Lawang, januari 2003)